Kies altijd product en verwerkingstemperatuur zorgvuldig
Quick answer
Een zorgvuldige product- en verwerkingstemperatuurkeuze bepaalt in hoge mate het resultaat bij epoxyhars en siliconenrubber. Lage viscositeit helpt het materiaal om in fijne details en complexe ondersnijdingen te vloeien, maar alleen als de temperatuur bij het gekozen systeem past. Voor de hier besproken vloeibare siliconen wordt een verwerkingsgebied van 10 °C tot 30 °C aangegeven; uitharding boven 30 °C moet worden vermeden. Door toepassing, gietdikte en gewenste flexibiliteit eerst te bepalen, voorkom je materiaalfouten en losproblemen.


De juiste combinatie van materiaal en temperatuur zorgt voor minder luchtbellen, een betere detailweergave en makkelijker ontvormen. Hieronder lees je waar je op let bij het kiezen van een gietproduct of malmateriaal en bij het instellen van de verwerkingstemperatuur.
Productkeuze: gietproduct of malmateriaal
Bij complexe en gedetailleerde objecten is de eerste vraag wat je wilt maken. Voor een transparant, kleurbaar gietstuk in een bestaande mal is een gietbare epoxyhars zoals LIQUIDISSIMA geschikt voor lagen van 2 mm tot maximaal 1,5 cm. Voor het zelf maken van een flexibele mal is een vloeibaar siliconenrubber met een lage Shore-hardheid logischer.
Binnen de siliconen kies je op basis van de gewenste soepelheid en detailweergave. Een zeer zachte variant zoals Pure Mold 10 of een nog flexibeler systeem rond Shore A 5 kan bij ondersnijdingen makkelijker lossen. Controleer ook de compatibiliteit met het materiaal dat je later in de mal wilt gieten.


Verwerkingstemperatuur en uitharding
Temperatuur beïnvloedt viscositeit, ontluchting en uitharding. Bij de genoemde vloeibare siliconen wordt een verwerkingsgebied van 10 °C tot 30 °C aangegeven; uitharding boven 30 °C moet je vermijden. Werk bij een stabiele kamertemperatuur en vermijd koude werkplaatsen of directe warmtebronnen.
Voor epoxyhars volg je de aangegeven verwerkings- en uithardingstijd op de productinformatie. Door materiaal en omgevingstemperatuur op elkaar af te stemmen, vloeit een laagviskeus systeem beter en krijgen luchtbellen minder kans.
Praktische keuzehulp voor complexe objecten
Combineer de materiaalkeuze met de verwerkingstemperatuur als je werkt met fijne details en ondersnijdingen.
- Bepaal eerst het doel: een hard, transparant object vraagt om epoxyhars; een herbruikbare mal vraagt om siliconen.
- Controleer daarna de aanbevolen gietdikte en de Shore-hardheid van het malmateriaal.
- Houd de verwerkingstemperatuur stabiel, bij voorkeur tussen 10 °C en 30 °C bij siliconen.
Voor dunne lagen tot 1,5 cm is een laagviskeuze epoxyhars geschikt. Voor mallen met sterke ondersnijdingen is een zacht siliconenrubber vaak makkelijker te lossen. Meet waar mogelijk de ruimtetemperatuur voordat je gaat mengen.

Gerelateerde producten
Gerelateerde gidsen
Een materiaal met lage viscositeit kan zich pas optimaal aan complexe en ingewikkelde objecten aanpassen wanneer productkeuze en verwerkingstemperatuur kloppen. Door deze twee factoren zorgvuldig te combineren, benut je de vloeibaarheid van epoxyhars of siliconenrubber maximaal en maak je gedetailleerde mallen en gietstukken met een strakker resultaat.
Google