Wat is het verschil tussen zachte en harde siliconen?
← Terug naar Laat de siliconen drogen volgens de aangegeven tijd.
Quick answer
Het verschil tussen zachte en harde siliconen is vooral af te lezen aan de Shore A-hardheid. Zachte siliconen, veelal met een lage Shore A-waarde, blijven na uitharding flexibel en laten zich makkelijk vervormen. Daardoor zijn ze geschikt voor complexe, gedetailleerde mallen met ondersnijdingen. Hardere siliconen hebben een hogere Shore A-waarde en bieden meer stijfheid en dimensionele stabiliteit. Die eigenschappen passen beter bij technische mallen, zwaardere afgietsels en toepassingen waar de mal weinig mag meebewegen.


In de praktijk bepaalt die balans tussen flexibiliteit en stevigheid welk product het beste bij een project past. Voor sieraden, maquettes of decoraties met fijne details is een soepele siliconen prettig, terwijl een mal voor beton of een technisch onderdeel juist vraagt om een stuggere variant. Hieronder lees je waar je op kunt letten.
Wat Shore A-hardheid zegt over het materiaal
Shore A is een veelgebruikte maat voor de hardheid van rubberachtige materialen. Een lage waarde staat voor een zachte, flexibele siliconen; een hogere waarde duidt op een stugger, stabieler resultaat na uitharding. De grens tussen zacht en hard is niet absoluut, maar in de praktijk worden producten rond 5 tot 20 Shore A meestal als soepel ervaren en varianten rond 30 tot 40 Shore A als duidelijk stijver.
Een product als Liquid Mold 40 zit met een opgegeven hardheid van Shore A 38 ±2 aan de hardere kant. Dat maakt het interessant voor industriële mallen en toepassingen met chemische bestendigheid of dimensionele stabiliteit.


Zacht of hard: wanneer kies je welke?
De keuze hangt vooral af van het model en het gietmateriaal. Zachte siliconen zijn geschikt voor mallen met veel detail, diepe ondersnijdingen of kwetsbare onderdelen. Door de flexibiliteit kan de mal makkelijker worden losgemaakt zonder het origineel of de afgietsel te beschadigen.
- Zachte siliconen (ca. 5–20 Shore A): sieraden, maquettes, decoraties en complexe vormen.
- Hardere siliconen (ca. 30–40 Shore A): betonbekistingen, kunststeen, industriële prototypes en zware materialen.
- Let op het gietmateriaal: beton, cement en harde harsen vragen vaak om een stabielere mal, terwijl was, zeep en lichte gietmaterialen een soepelere mal beter verdragen.
Wanneer dit verschil er echt toe doet
Het verschil wordt merkbaar zodra een mal lastig loslaat of juist te veel vervormt tijdens het gieten. Bij een zeer gedetailleerd object is een te harde siliconen vaak minder vergevingsgezind; bij een zwaar of technisch werkstuk kan een te zachte mal juist instabiel aanvoelen. Twijfel je, kijk dan eerst naar de complexiteit van het model en daarna naar het soort materiaal dat je wilt afgieten.

Gerelateerde producten
Gerelateerde gidsen
Welke hardheid je ook kiest, het eindresultaat hangt ook af van de verwerking. Laat de siliconen daarom altijd drogen volgens de aangegeven tijd, zoals beschreven bij het bredere advies over het uitharden van siliconen. Zo behoudt de mal de eigenschappen die je op basis van de hardheid mag verwachten.
Google